Coöperatiedossier
De zakelijke onderbouwing achter Oogstlijn
Dit deel is bedoeld voor wie de cijfers wil nakijken: gemeenten, adviseurs, financiers en kandidaat-bestuurders. Alle bedragen zijn werkaannames die we blijven toetsen.
Fase 1 — versie 10 · 29 september 2026
Alle cijfers op deze site komen uit één bestand. Verandert een aanname, dan verandert ze overal tegelijk. Deze versie rekent met vier elektrische koelbestelwagens, 1.000 gezinnen over vier districten en een startbehoefte inclusief drie aanloopmaanden, en voegt drie dingen toe: een kruistabel gezinnen × besteding, een doorgerekend aanloopscenario voor de eerste zes maanden en een go/no-go dashboard met vijf poorten.
De onderdelen
Economie
De rekening per wagen, de scenario's Stress / Basis / Doel, het startkapitaal en de cashvloer.
Organisatie
Eén lid één stem, welke functies betaald worden en hoe een eventueel overschot verdeeld wordt.
Dorpen & startvoorwaarden
De teller per dorp en route: fase 0 start met 6 wijken van ongeveer 165 gezinnen (samen 1.000 founders), bediend door 4 wagens. De districtsdrempels van fase 1 staan op de economiepagina.
Waarom geen pilot van maanden
Wat een lange proefrit wél en niet meet, en welke harde zekerheden we er in de plaats tegenover zetten: toegezegde omzet vooraf en een nultest van drie weken in maart.
In één oogopslag
Eén getallenlijn, overal dezelfde
Toegezegd bij inschrijving € 210 per gezin per maand · begroot op 75% daarvan, € 158 · break-even bij € 139 mét bulkverkoop aan horeca en grootkeukens · € 165 of 1030 gezinnen zonder die bulk · stopgrens bij € 125 gemiddelde besteding. Elke pagina rekent met dezelfde bron.
Horeca en grootverbruik, voorzichtig begroot
In fase 1 rekenen we bewust klein: 10 vaste zakelijke afnemers over de 4 districten, ongeveer 3 zaken per district. Denk aan twee brasserieën, een restaurant en een buurtwinkel of woonzorgcentrum per regio. Elke zaak koopt gemiddeld € 722 per week bij ons — een deel van de versinkoop, niet het hele leveranciersbudget. Een gemiddelde brasserie koopt wekelijks voor € 1.500 tot € 4.000 vers in; wij mikken bewust op een kern van lokale kazen, eieren, hoevevlees, streekdranken en seizoensgroenten. Ongesneden bulk, want de snijstraat is uitdrukkelijk fase 2.
De volledige doorrekening, inclusief een trage start met tien zaken, staat op de pagina Economie.
Go of no-go: vijf poorten vóór het startbesluit
Het startbesluit is geen gevoelskwestie. In maart leggen we vijf meetbare voorwaarden naast de werkelijkheid. Staan ze alle vijf op groen, dan tekenen we lease, huur en arbeidsovereenkomsten. Staat er één op rood, dan schuift de start op naar het najaar, voegen we districten samen, of gaat ze niet door en komt alles op de geblokkeerde rekening integraal terug.
Gezinnen en spreiding
≥ 1000 gezinnen, ± 250 per district
- Hoe we het meten
- Ingeschreven leden met aandeel of eerste schijf betaald, geteld per district.
- Waarom deze grens
- Eén overvol district en drie halflege districten geeft geen rendabele rijdagen. De spreiding telt even hard als het totaal.
Gevalideerde besteding
≥ € 145 per gezin per maand, gericht op € 158
- Hoe we het meten
- Toegezegd bedrag bij inschrijving × 75% realisatie, getoetst aan de nultest en aan de vooruitbetaling van vier bestellingen.
- Waarom deze grens
- Onder € 145 draait fase 1 zonder horeca verlies. Dit is de gevoeligste knop van het hele model.
Horeca-anker
≥ 5 getekende afnameafspraken, streefvolume ± € 7.000 bulk per week
- Hoe we het meten
- Getekende afnameafspraken met zaken of grootkeukens, met productgroepen, frequentie en indicatief weekvolume erin.
- Waarom deze grens
- De bulkmarge is de buffer. Zonder die afspraken draait de bezorging break-even en is er geen marge voor tegenslag.
Logistieke nultest
≥ 45 stops per rijdag binnen 7,5 uur en ≤ € 10,37 directe kost per levering
- Hoe we het meten
- Drie weken en zes bezorgdagen in maart, gemeten bij 50 à 60 ambassadeursgezinnen, gecombineerd met een routesimulatie voor een volledig district.
- Waarom deze grens
- Haalt een wagen maar 40 adressen, dan is er een derde vaste bezorgwagen nodig en zakt het basisscenario onder nul.
Financiële sluiting
€ 93.000 effectief gestort, inclusief € 36.000 onaantastbare aanloopbuffer
- Hoe we het meten
- Saldo op de geblokkeerde rekening, plus getekende én uitbetaalde Winwinleningen. Toegezegd geld telt niet mee.
- Waarom deze grens
- De aanloopbuffer is geen reserve die je alvast opmaakt aan een extra wagen. Hij dekt de eerste zes maanden aanlooppijn.
Het dashboard wordt maandelijks bijgewerkt tijdens de wervingscampagne, zodat iedereen — leden, boeren en kredietgevers — op elk moment kan zien hoe ver we staan en waar het knelt.
Waar het kantelt: gezinnen × besteding
Eén tabel met de twee knoppen die het resultaat bepalen. Verticaal het aantal gezinnen, horizontaal wat ze gemiddeld per maand besteden. Alle andere aannames staan op het basisniveau: 23% brutomarge, 1,8% derving, vier gekoelde bestelwagens, de volledige centrale kosten en de voorzichtige horecamarge van € 5.625 per maand. Groen is een positief maandresultaat, rood een verlies.
| Gezinnen \ besteding per maand | € 125 | € 140 | € 158 | € 180 | € 210 |
|---|---|---|---|---|---|
| 750 gezinnen | − € 13.179 | − € 10.795 | − € 7.933 | − € 4.435 | + € 335 |
| 850 gezinnen | − € 9.029 | − € 6.327 | − € 3.083 | + € 881 | + € 6.287 |
| 1000 gezinnen | − € 2.805 | + € 375 | + € 4.191 | + € 8.855 | + € 15.215 |
| 1150 gezinnen | + € 3.420 | + € 7.077 | + € 11.465 | + € 16.829 | + € 24.143 |
De veilige zone begint bij ongeveer 1000 gezinnen die gemiddeld € 158 per maand besteden. Links daarvan is het resultaat negatief en gelden de stopregels; rechtsonder ontstaat pas echt ruimte voor reserve, ristorno en de stap naar fase 2. Minder gezinnen kunnen we opvangen met een hogere besteding, en omgekeerd — maar niet allebei tegelijk laten zakken. De variant zonder horecaomzet en de volledige gevoeligheidsmatrix staan op de pagina Economie.
De eerste zes maanden, niet het eindbeeld
Niemand draait vanaf maand één op kruissnelheid. Daarom rekenen we een vierde scenario door dat nadrukkelijk over de eerste zes maanden gaat: 900 van de 1000 gezinnen bestellen ook echt, ze besteden gemiddeld € 140 in plaats van € 158, van de afgesproken horecavolumes komt 70% binnen, en de logistiek kost 15% meer door inwerktijd, omrijden en routes die nog niet strak liggen.
Dat geeft een maandresultaat van − € 8.939, en daar zeggen we niets moois over: laten we dit een half jaar ongemoeid lopen, dan kost het € 53.634 en is de aanloopbuffer van € 36.000 na ongeveer 4 maanden op. Daarom is dit scenario geen prognose maar een alarm: zakt de besteding richting € 140, dan gaan de dekkingsmaatregelen meteen aan. Vier van die maatregelen zijn een echte besparing van samen ongeveer € 9.155 per maand — genoeg om dit aanloopscenario terug naar ongeveer € 216 per maand te brengen, dus rond break-even, mét de buffer nog grotendeels intact. Dat is meteen het eerlijke antwoord op de vraag hoeveel speling er zit: die is er, maar ze is niet groot, en ze vraagt dat het bestuur binnen één maand ingrijpt in plaats van drie.
De wervingskalender: november tot maart
We werven in vijf maanden naar het startbesluit toe. Niet met advertenties, maar dorp per dorp: eerst de boeren en de eerste ambassadeurs, dan de dorpsgroepen, dan de infoavonden op de hoeve, daarna de omzetting naar bindende toezeggingen op een geblokkeerde rekening, en tot slot de toets aan de startgate. Pas als 1000 gezinnen ingeschreven zijn, elk district ongeveer 250 leden telt en de volledige startbehoefte van € 93.000 effectief op de rekening staat, tekenen we de leasecontracten. De eerste bezorgdag is dan begin april.
| Maand | Focus | Mijlpaal |
|---|---|---|
| November | Boeren, makers en de eerste honderd ambassadeurs | 20 boeren en makers aangesloten, 150 gezinnen ingeschreven |
| December | Dorpsgroepen, lokale pers en de eerste horeca | 350 gezinnen ingeschreven, 10 tot 15 horeca-intenties |
| Januari | Infoavonden op de hoeve en de dorpencompetitie | 650 gezinnen ingeschreven, twee districten boven 180 leden |
| Februari | Van inschrijving naar bindende toezegging | 850 bindende toezeggingen op de geblokkeerde rekening |
| Maart | Nultest, startbesluit en contracten | Nultest geslaagd, 1.000 gezinnen, € 93.000 effectief gestort, contracten getekend |
Halen we in maart de startgate niet, dan starten we niet. Dan schuift de start op naar het najaar, of voegen we districten samen. Alles wat op de geblokkeerde rekening staat, komt in dat geval integraal terug.
Nultest vóór het startbesluit
50 à 60 gezinnen, 6 bezorgdagen over 3 weken in maart, vóór de lease- en huurcontracten getekend worden.
We doen de meting vóór het startbesluit, niet erna. In maart laten we 50 à 60 ambassadeursgezinnen uit één district echt bestellen en betalen: zes bezorgdagen over drie weken, met een gehuurde koelbestelwagen en tijdelijke koelruimte bij een lokale groothandel of hoeve. De oprichters picken en rijden zelf en meten elke handeling. Op dat moment loopt er nog geen enkele lease, huur of loonkost — de test wordt betaald uit de voorfinanciering door de oprichters, niet uit de startkas. Zo weten we wat een levering echt kost vóór we ons voor jaren vastleggen. Belangrijk voor de opzet: de testbestellingen worden gebundeld op 2 à 3 dagen in één of twee compacte dorpen, zodat we 25 à 30 stops per rit meten en niet een dun uitgesmeerde ronde. De gemeten tijd per stop en per kilometer wordt daarna gecombineerd met een routesimulatie voor een volledig district; pas die combinatie zegt of 45 adressen per rijdag haalbaar zijn. En we zeggen het er eerlijk bij: ambassadeurs bestellen doorgaans meer dan een gemiddeld gezin, dus hun besteding bewijst de € 158 niet.
| Wat we meten | Aanname vooraf | Slaaggrens |
|---|---|---|
| Picktijd per bestelling | 6 minuten | ≤ 8 minuten |
| Stops per rijdag per wagen | 45 in twee shifts | ≥ 45 haalbaar binnen 7,5 uur |
| Rij- en stoptijd per adres | 8 à 10 minuten | ≤ 10 minuten |
| Gemiddelde bestelwaarde | € 79 per bestelling | ≥ € 65 |
| Bestelfrequentie | 2 bestellingen per maand | ≥ 70% bestelt opnieuw |
| Derving op voorbestelde kratten | 1,8% | ≤ 3% |
| Temperatuur bij aflevering | koel onder 7 °C, droog 14 à 18 °C | geen enkele overschrijding |
| Volledig belaste kost per levering | zie de tabel hierboven | binnen 10% van de begroting |
Haalt de nultest de slaaggrenzen niet, dan passen we de begroting aan vóór het startbesluit, of starten we niet. Blijkt uit de meting en de routesimulatie dat er maar 40 adressen per rijdag haalbaar zijn in plaats van 45, dan komen we op ongeveer 400 leveringen per week uit terwijl we er 460 nodig hebben: dan is er een derde vaste bezorgwagen nodig, met een extra chauffeur. Samen is dat ongeveer € 6.200 per maand extra, en dat duwt het basisscenario onder nul. In dat geval verhogen we vóór de start de wagenbijdrage of de drempel per district, of we starten met drie districten in plaats van vier. Haalt de nultest de grenzen wel, dan vervangen de gemeten waarden de aannames in dit dossier en gaan de contracten pas daarna naar de notaris en de leasemaatschappij.
Stap voor stap, nooit sneller dan de contracten
Fase 0 — De Lokale Lijn (start)
Bezorgen voor de winkels en makers die er al zijn
We beginnen niet als winkel, maar als gedeelde bezorg- en webwinkellijn voor bestaande bakkers, slagers, groentewinkels, kaaszaken en makers. Zij houden hun merk, prijzen en klanten; wij halen gebundeld op, sorteren per gezin en bezorgen op vaste dagen. Oogstlijn koopt niets zelf in en houdt geen voorraad. Huishoudens worden mede-eigenaar met € 100 inleg en betalen € 25 per maand zodra de bezorging draait; aangesloten ondernemers betalen geen maandfee, alleen € 2,50 per winkelorder. Eerst een lichte pilot (50 tot 200 huishoudens in één compact gebied, met gehuurd materieel), daarna de "Founding 800": 4 compacte routegebieden van elk ongeveer 200 gezinnen.
Pas verder bij: Routes draaien voorspelbaar met ±800 actieve huishoudens, de loods werkt beheerst en de aangesloten ondernemers willen blijven
Fase 1 — De Boerenlijn
Boeren en korte keten op dezelfde lijn, zonder de winkels te beconcurreren
Op de routes van fase 0 sluiten we de boeren aan en groeien we naar het volledig doorgerekende model: vier volledig elektrische gekoelde bestelwagens, twee vaste bezorgdagen per district, ongeveer 1.000 gezinnen in vier districten, ophaallussen bij 20 à 25 boeren en bulk aan horeca. Het grote verschil met een gewone supermarkt: fase 1 vult aan, ze vervangt niet. Wat een aangesloten winkel of maker al levert, kopen we niet zelf in; boeren lopen waar het kan via die vakman, en elke nieuwe productgroep wordt vooraf getoetst door de aangesloten ondernemers. De startbehoefte van deze stap komt op ongeveer € 93.000 inclusief drie maanden aanloopbuffer; we rekenen voorzichtig met € 158 besteding per gezin per maand (twee bestellingen van ongeveer € 79, minimum € 50). De exacte break-evenbedragen staan op de economiepagina.
Pas verder bij: Drie maanden op rij een positief operationeel resultaat, de buffer boven de alarmvloer, en geen aangesloten fase 0-ondernemer die erdoor wordt weggeconcurreerd
Fase 2 — verwaarding (later)
Snijwerk en maaltijdboxen
Zijdelings, en nadrukkelijk pas later: zodra fase 1 structureel overschot draait, richten we een deel van de loods in voor snijwerk en maaltijdboxen. Dat opent scholen, woonzorgcentra en keukens als vaste afnemers. Vandaag rekenen we daar niets van in.
Pas verder bij: Fase 1 structureel boven break-even, plus getekende afnamecontracten die het volume garanderen
Fase 3 — de rijdende winkel (later)
SRV 2.0 bovenop een bestaande klantenbasis
Ook zijdelings: pas wanneer een district al honderden wekelijks bestellende gezinnen telt, kan een echte rijdende winkel erbovenop rendabel rijden — voor losse verkoop en ontmoeting in het dorp. Dan is het geen koude start meer, maar een uitbreiding op bewezen volume.
Pas verder bij: Een district met een stabiele, bewezen klantenbasis en voldoende reserves voor het chassis
Wat we leerden van anderen
Wie enkel online verkoopt of wacht tot de klant naar een vast punt komt, houdt te weinig marge over. Een wagen rijdt naar de mensen toe en levert elke dag ontmoetingen op.
Rechtstreex (Rotterdam)
Webshop met afhaalpunten. Failliet in oktober 2025 na tien jaar, ondanks investeerders en subsidies.
Alleen consumenten online bedienen is te dun.
De Streekboer (Noord-Nederland)
Failliet na tien jaar. De overstap van afhaalpunten naar thuisbezorging redde het niet.
Afhaalpunten lossen het marge-probleem niet op.
Paysans-Artisans (Namen)
10 miljoen euro omzet en 170 producenten, maar 2024 was verlieslatend. Hun online verkoop bereikte een plafond; hun groothandel en conserverie zijn wél sterk.
Volume en verwaarding dragen de organisatie.
Tante Enso (Duitsland)
Opent een coöperatieve dorpswinkel pas als genoeg inwoners een aandeel van € 100 kochten.
Wij passen dat toe op routes: eerst leden, dan pas een wagen.
SRV-wagens (Nederland)
Van 3.500 wagens in de jaren tachtig naar ongeveer honderd. Wie overleeft, heeft vaste klanten die service en contact belangrijker vinden dan de laagste prijs.
Juist wél de weekboodschap overnemen: vers van de boer plus het basisassortiment, aan supermarktprijs en met meer gemak.
Wat de markt ons vertelt
Onze rekening staat of valt met één vraag: besteedt een gezin genoeg bij ons? Daarom zetten we onze aannames naast openbare cijfers van Statbel, Statistiek Vlaanderen, de Belgische e-commercefederatie Becom en de gepubliceerde cijfers van bestaande online supermarkten. De conclusie is dat onze doelbesteding aan de voorzichtige kant ligt.
Het voedingsbudget van een gezin
- Een Belgisch huishouden besteedt ongeveer 14% van zijn budget aan voeding en niet-alcoholische dranken (Statbel, Huishoudbudgetonderzoek 2024).
- In Vlaanderen komt dat neer op circa € 2.600 voeding per inwoner per jaar (Statistiek Vlaanderen, 2024) — voor een doorsnee gezin ruwweg € 460 tot € 550 per maand aan pure voeding.
- Met dranken, verzorging en huishoudproducten erbij loopt het gezinsmandje op tot € 600 à € 700 per maand.
Onze doelbesteding van € 210 per maand is dus ongeveer 40% van wat een gezin toch al uitgeeft, en de € 158 waarmee we begroten ongeveer een derde. Niemand hoeft zijn hele boodschappenpatroon om te gooien: twee goed gevulde bestellingen per maand — groenten, fruit, aardappelen, brood, zuivel, eieren en de droge basis erbij — volstaan. Zelfs ons stressscenario van € 138 per maand is ongeveer € 32 per week.
Wat € 150 per maand concreet betekent
- Eén grote maandbestelling van € 150, zoals bij Collect&Go.
- Of twee bestellingen van € 75 per maand.
- Of een wekelijkse krat van € 35 à € 40 — kleiner dan het gemiddelde online mandje in dit land.
Hoe vaak en voor hoeveel bestellen mensen online
| Aanbieder | Gemiddelde bestelling | Ritme |
|---|---|---|
| Collect&Go (Colruyt) | ± € 130 – € 170 | Weekbestelling of tweewekelijkse voorraad |
| Albert Heijn online | ± € 120 – € 150 | Wekelijkse thuislevering, minimum € 50 |
| Picnic | ± € 70 – € 85 | Vaste wekelijkse ronde per buurt |
| Gemiddelde online aankoop in België (Becom) | ± € 97 | Alle sectoren samen, 2024 |
Wie online boodschappen doet, doet dat in grote, terugkerende manden en niet in losse impulsaankopen. Delhaize meldt dat een nieuwe bestelling gemiddeld voor 80% dezelfde is als de vorige. Precies daarop is de vaste krat gebouwd: één keer samenstellen, daarna elke week bevestigen.
Bronnen: Statbel Huishoudbudgetonderzoek 2024, Statistiek Vlaanderen 2024, Becom Market Monitor 2024-2025, publieke sectorpublicaties over online supermarkten. Bedragen per aanbieder zijn marktindicaties, geen officiële cijfers van die bedrijven.
Achtergrond bij fase 3: van de oude srv-wagen naar een wagen die wél rendeert
Deze vergelijking hoort bij de rijdende winkel, die pas in fase 3 aan de orde is. Ze telt niet mee in de rekening van fase 1. De rijdende winkel is geen experiment: hij heeft decennialang gedraaid. Een actieve SRV-wagen zette indicatief € 220.000 tot € 320.000 per jaar om bij 200 à 300 vaste gezinnen, met een brutomarge rond 20 à 24%. Het volume is dus bewezen. Wat de oude SRV nekte, waren vijf structurele weeffouten — en die lossen we elk apart op.
| Onderdeel | De oude SRV-wagen | Oogstlijn SRV 2.0 |
|---|---|---|
| Wanneer hij reed | Tussen 9 en 14 uur langs de deuren — precies wanneer tweeverdieners aan het werk zijn. | Schoolspits, namiddag en avondspits tot 19 uur, plus zaterdag en zondagochtend. |
| Bestelzekerheid | Nul voorbestellingen. Elke dag gokken op wat passanten toevallig kopen. | 60 tot 80 kratten staan besteld en betaald klaar in de achterwand vóór de wagen vertrekt. |
| Aandrijving | Zware diesel, hoog verbruik, lawaai en dure garagebeurten. | Fase 1 rijdt volledig elektrisch en stil door de dorpskern; voor een latere rijdende winkel blijft de aandrijvingskeuze open tot er offertes liggen. |
| Inkoop en marge | Volledig afhankelijk van grossiers, weggeconcurreerd door hard discount. | Ongeveer 60% rechtstreeks bij boeren en makers, 40% scherpe bulkinkoop. |
| Klantenbinding | Losse passanten die wegbleven zodra ze met de auto naar de hypermarkt konden. | Mede-eigenaars met stemrecht, vaste maandbijdrage, wekelijkse Oogstknallers en geen gasttoeslag. |
De SRV 2.0 combineert wat online supermarkten efficiënt maakt — geclusterde routes en vooraf bestelde manden, zonder de dure losse thuislevering — met wat een fysieke winkel oplevert: mensen die binnenstappen voor brood, kaas of wat ze vergeten waren.
Derving eerlijk uitgesplitst
Eén dervingpercentage over de hele omzet is te grof. In fase 1 is bijna alles voorbesteld en betaald vóór er geoogst of ingekocht wordt — dat is precies waarom de derving hier zoveel lager ligt dan bij een rijdende winkel met vrije voorraad.
| Omzetstroom | Verwachte derving | Waarom |
|---|---|---|
| Voorbestelde kratten (± 90% van de omzet) | Vrijwel 0% | Er wordt pas geoogst, gesorteerd en ingekocht wat al besteld en betaald is. Wat niemand besteld heeft, komt de loods niet binnen. |
| Buffervoorraad en bijbestellingen (± 10% van de omzet) | 12% tot 15% | Een kleine marge extra vers voor last-minute bestellingen, bulk naar horeca en vervanging van beschadigde producten. Hier ligt het echte risico, opgevangen met de wekelijkse Oogstknallers en verwerking van overschot. |
Gewogen komt dat uit op ongeveer 1,8% van de totale omzet, en dat is exact het percentage waarmee de basisrekening werkt. In de gevoeligheidsmatrix rekenen we bewust door tot 8%, zodat ook een ontspoord jaar doorgerekend is. De 4 tot 6% derving waar een rijdende winkel mee kampt, hoort bij fase 3 en zit niet in deze rekening.
De bezorgwagen in cijfers
Vanaf fase 0 rijdt een gekoelde bestelwagen voor de gezamenlijke thuisbezorging. In fase 1 groeit die bezorgdienst mee met de boerenlijn. Waarden zijn aannames tot de offertes liggen.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Voertuig | Elektrische gekoelde bestelwagen, 4,25 ton MTM (rijbewijs B-uitzondering voor emissievrij vervoer) |
| Rijbewijs | Gewoon rijbewijs B |
| Laadvolume | ± 14 à 17 m³ (afhankelijk van chassis en offerte) |
| Laadvermogen | ± 1.000 kg netto, na aftrek van accu's en koelunit |
| Koelzone | 0 – 4 °C, geïsoleerde bak met elektrische koelunit |
| Droge zone | 14 – 18 °C: brood, droge voeding en huishoudartikelen |
| Kratten | 50 à 70 kratposities 400 × 300 mm, geladen in rolcontainers |
| Aandrijving | 100% batterij-elektrisch. Geen diesel, geen gas — ook niet als terugvaloptie |
| Actieradius | ± 200 km per lading, bij een ronde van 80 à 110 km met koeling aan |
| Inzet | Twee vaste bezorgdagen per district, twee shifts van ± 22 adressen, 5 rijdagen per week |
| Lease | Geleasd, geen koop: ± € 2.450 per maand inclusief laadstroom, onderhoud en omnium |
